Volkskrant: de grote leugen van de media



De grote leugen van de media

Bron: Volkskrant, 8-6-2002

IEDEREEN liegt en bedriegt. De naakte waarheid, constateerde de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer reeds, zou de samenleving totaal ontwrichten. Toch is iedereen op zoek naar de waarheid, daartoe aangezet door godsdienst en moraal. Ook van de massamedia wordt verwacht dat zij hun publiek geen leugens op de mouw spelden. In journalistieke beroepscodes staat respect voor de waarheid voorop. Desondanks wordt het publiek vaak door de massamedia bedrogen. Soms met opzet, maar vaker door slordigheid, haast of een vooringenomen houding. En in de toekomst zal de waarheid steeds minder kans krijgen door politieke, economische en technologische ontwikkelingen.

Dit zei Cees Hamelink (1940) vorige maand in zijn oratie bij het aanvaarden van het hoogleraarschap Media, Religie en Cultuur aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. De oratie vormt de aanzet tot een onderzoek naar de voorwaarden waaronder leugen of waarheid in de informatiesamenleving worden bevorderd. In zijn rede uit Hamelink forse kritiek op het functioneren van de journalistieke media. Volgens hem laat de instelling en werkwijze van journalisten veel ruimte open voor leugen en bedrog.

‘Media zijn een doorgeefluik voor de leugens van voorlichters, spin doctors, propagandisten en politici. Er zijn talloze voorbeelden van. Beroemd zijn de persconferenties van Jamie Shea, woordvoerder van de Navo tijdens de Kosovo-oorlog. De leugens van de Navo werden door journalisten kritiekloos overgenomen.’

Volgens Hamelink manipuleerde de Navo met beelden. Opnamen van een vliegtuig dat per ongeluk een Servische trein bombardeerde werden versneld afgespeeld, zodat de gebeurtenis onvermijdelijk leek, zegt hij.

Shea zei later zelf over de Kosovo-oorlog: ‘De slag om de publieke opinie was even belangrijk als de luchtoorlog. De journalisten waren evenzeer soldaten, in die zin dat ze aan de publieke opinie moesten uitleggen waarom deze oorlog belangrijk was.’

Vaak denken journalisten niet lang genoeg over een onderwerp, zegt Hamelink. Ze hebben haast en voelen de druk van de concurrentie. Bovendien sluit propaganda veelal aan bij het beeld dat journalisten zelf al van de werkelijkheid hebben. Ze laten daarom na kritisch vragen te stellen. Sprekende voorbeelden biedt de berichtgeving over de Falkland-oorlog, de aanslag op het World Trade Center, de Golfoorlog en de kwestie Srebrenica.

Bij de aanslag van 11 september wisten de media meteen dat het een volslagen onverwachte aanslag was. Het was beter geweest als ze terughoudender en kritischer waren geweest, want later bleek dat het toch anders in elkaar zat. De media lijken op een politieman die na één gearresteerde verdachte niet meer verder zoekt. De werkelijkheid is altijd complexer dan we in eerste instantie vermoeden.’

Maar journalisten geven niet alleen leugens van anderen door, soms bedriegen ze zelf. De Amerikaanse verslaggeefster Janet Cook won de Pulitzerprijs met een volledig verzonnen reportage over een drugsverslaafde jongen.

Hamelink: ‘lemand als Henk van der Meijden zoog ook wel eens een interview met een bekende Nederlander uit zijn duim.’ Ook beelden worden gemanipuleerd. Door de snelle ontwikkeling van de digitale fototechniek zal dat in de toekomst waarschijnlijk steeds meer gebeuren. Toch wordt de waarheid niet alleen geweld aangedaan door bewust te liegen.

Hamelink: ‘Wat de waarheid ook in de weg zit, is het oeverloze gebabbel waarmee mensen de stilte willen verjagen. De filosoof Heidegger noemde het das Gerede: praten zonder iets te zeggen. Woorden verliezen daarmee hun waarde. Journalisten moeten de werkelijkheid onder woorden brengen, maar hanteren bijna betekenisloze woorden. Het woord demoniseren bijvoorbeeld. Dat is in Nederland helemaal niet juist gebruikt. In Rwanda en in het Derde Rijk werden bevolkingsgroepen écht gedemoniseerd en gedehumaniseerd.’

De moord op Pim Fortuyn, hoe tragisch ook, is daar niet mee te vergelijken. ‘Het woord demoniseren verliest zijn gewicht door licht zinnig gebruik’, zegt Hamelink. Hij ziet steeds meer van dit gebabbel in de media. De recente politieke campagnes hebben volgens hem breeduit gedemonstreerd hoezeer alle partijen onzorgvuldig met woorden omgaan. Bovendien zijn televisie en radio-interviews vaak polemische debatten. Mensen vallen elkaar in de rede, schreeuwen door elkaar en steken fundamentalistische monologen af, waarbij ook de presentator zich wil profileren. Met die verharding van het debat is de waarheid niet gediend. Journalisten moeten volgens Hamelink de pretentie loslaten de hele waarheid te vertellen. Ze bieden louter een beeld van de werkelijkheid. En elke waarneming is vertekend en begint met een vooronderstelling over hoe die werkelijkheid in elkaar zit. Net zomin als een verdachte aan de rechter ‘niets dan de waarheid’ kan vertellen, kunnen de media een objectieve waarheid brengen.

‘Journalisten moeten argwanender, kritischer en nieuwsgieriger worden. De interviews op televisie bestaan uit vaste rituelen, waarbij vraagsteller en geïnterviewde exact opereren binnen de vooraf overeengekomen kaders. Interviewers moeten beter kunnen luisteren en zichzelf minder profileren. Bovendien moeten ze veel achtergrondkennis hebben. Onlangs verwees advocaat Gerald Spong in de talkshow Barend & Van Dorp naar niet-bestaande uitspraken van het Europese Hof om zijn stelling te onderbouwen. Journalisten moeten daar doorheen kunnen prikken.’

Om zoveel mogelijk onwaarheden te voorkomen moeten journalisten zorgvuldiger werken, helder hun bronnen weergeven en duidelijk maken dat er ook andere standpunten zijn in een kwestie. Dissidente meningen komen veel te weinig aan bod, vindt Hamelink. ‘Ik ben altijd gedreven door de vraag: is er een achterkant van het gelijk? Er zijn altijd twee of drie andere mogelijkheden, andere scenario’s. Als je dat beseft, sta je open voor aanwijzingen in die richting.’

Het publiek is voor een groot deel afhankelijk van de media als bemiddelaar tussen zichzelf en de wereld. Dat legt een grote druk op journalisten, betoogt Hamelink, juist nu de werkelijkheid steeds complexer wordt. Gedegen onderzoeksjoumalistiek kan een tegengewicht bieden tegen leugens en bedrog, maar daar is meestal geen tijd of geld voor. Paradoxaal genoeg kunnen de media in sommige gevallen de waarheid alleen aan het licht brengen door zelf bedrog te plegen. Klassieke voorbeeld is de Duitse journalist Günter Wallraff, die zich voordeed als Turkse gastarbeider om de onderkant van de samenleving in beeld te brengen.

Over de kwaliteit van de Nederlandse pers in vergelijking met het buitenland is Hamelink niet ontevreden. Nederlandse journalisten staan volgens hem wel erg snel met hun mening klaar. Daar moeten ze terughoudender in zijn, vindt hij. Hamelink betreurt ook het gebrek aan zelfreflectie binnen de journalistieke beroepsgroep. Maar hij acht het publiek medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de media. ‘Toen bekend werd dat tijdens de Golfoorlog de mensen grondig misleid waren door de media, gingen er geen grote groepen mensen met spandoeken de straat op. Men maakt zich er kennelijk niet zo druk om. leder volk krijgt de journalistiek die het verdient.’


Eric de Frel





Deze pagina komt van
Forces Nederland
http://www.forces-nl.org

De URL van deze pagina is:
http://www.forces-nl.org/modules.php?name=Content&pa=showpage&pid=187