Twee interessante artikelen in het Brabants Dagblad gisteren. Het eerste artikel ging erover dat de rookvrije werkplek nog altijd niet overal werkelijkheid is. De overheid dacht namelijk eindelijk alle mogelijke plekken waar gewerkt kan worden rookvrij te hebben gemaakt. Met uitzondering van thuissituaties natuurlijk; daar wil zelfs de overheid de handen (nog) niet aan branden. Dus wie thuis werkt, kan gewoon door blijven paffen tijdens het werk.
Toch grappig dan dat het voltallige Ministerie van Volksgezondheid even is vergeten dat er ook mensen zijn die bij andere mensen thuis werken, zoals mensen in de thuiszorg, schoonmaak, verplegers in verzorgingshuizen en cateraars.
En dat brengt ons naar het tweede artikel: een cateraar uit Schijndel (die na de invoering van de rookvrije werkplek voor zichzelf begon) ziet zijn omzet stijgen, vanwege de vele rokers die ook gewoon een feestje willen bouwen maar in de reguliere horeca nu niet meer terechtkunnen. Een zeer slimme oplossing, want je hebt niet alleen een betaalbaar feest waar je wel gewoon op kunt roken, maar je zorgt er ook voor dat dat rookvrije café waar je anders naartoe was gegaan nu inkomsten misloopt.
Nu gunnen wij geen enkele rechtgeaarde kroegeigenaar een faillisement, maar als rokers massaal overstappen op de catering wordt er natuurlijk door dit gevolg wel een uiterst duidelijk signaal naar Den Haag gestuurd. Doen dus.